Oud-leerling in de kijker
Sint-Jan Berchmanscollege - Collegelaan 1 - 3600 Genk - tel 089 57 40 00 - info@sjbgenk.be

Kristof Clerix: ‘KUIFJE IN NIEMANDSLAND’

OUD-LEERLING IN DE KIJKER:KRISTOF CLERIX

Onderzoeksjournalist bij KNACK. Winnaar van de vermaarde PULITZER Prijs voor Journalistiek. Auteur van twee boeken over spionage in België.

‘KUIFJE IN NIEMANDSLAND’

assets/uploads/kristof-schermafbeelding-2016-09-27-om-14.27.29.png


“Het begon met een verliefdheid… en het werd passie voor het leven.”

Een avondje ‘undercover’ in de schimmige onderwereld van spionage en geheime diensten. Niet in Havana of in Moskou, maar thuis in de keuken bij Kristof Clerix, ‘ergens aan een niet nader genoemd einde van de bewoonde wereld’ (je weet maar nooit wie er meeleest…). Een voorrecht dat niet iedereen te beurt valt. Maar voor een ‘journalist’ van zijn SJB College wil Kristof wel een uurtje vrijmaken.

Dat uurtje wordt een lange, boeiende avond, waar menig boekje wordt open gedaan (en soms zorgvuldig weer gesloten wegens ‘te delicaat’). Als “special agent” gunt Kristof ons een inkijk in een onvermoede wereld van misdaad, onveiligheid en onvervalste 007-netwerken. Hij vertelt hoe het voelt om ondergedompeld te worden in al die troebele watertjes en vooral hoe het voelt om vervolgens onrecht en fraude publiekelijk aan de kaak te stellen.

Ik val met de deur in huis: is het waar dat jouw journalistieke carrière begon met een strafwerk op SJB?

In zekere zin klopt dat. Het begon eigenlijk allemaal met een verliefdheid… We waren met de school (Kristof is van de lichting 1996 – klas 6MTWi ) ‘op uitwisseling’ naar Polen. Daar werd ik vreselijk verliefd op de onweerstaanbare Olga. Op een morgen stelden de leraars vast dat mijn bed op de jongenskamer onbeslapen was… Een romantische nacht bij maanlicht verklaart dat. De begeleidende leraar (zonder namen te noemen: Meneer Aerden – nvdr) had een al bij al milde straf voor mij in petto: ik moest een reisverslag schrijven over onze Polen-trip. Ik heb dat met heel veel enthousiasme gedaan. En ‘mijn pen’ viel zodanig in de smaak dat vooral de leraar Nederlands, Meneer Aerts, er wel ‘brood in zag’…

Vóór Olga was je eigenlijk ook al verliefd? Op taal. Hebben je leerkrachten op SJB daar een rol in gespeeld?

Zeker. Vooral Meneer Aerts (de betreurde Jos Aerts – nvdr) heeft me de liefde voor taal bijgebracht. Hij is degene die bij mij de diepste indruk heeft nagelaten. Een leraar die buiten de lijntjes durft kleuren, intelligent en tegelijk ‘knettergek’. Daar hou ik wel van.

Misschien dank ik ook wel mijn voorliefde voor journalistiek aan sommige ‘karakterkoppen’ van SJB. Ik herinner me dat we bij Meneer Claessens “Ik, Ali” (“Ganz unten” van Günter Wallraff) mochten lezen. Het verhaal van een Duitse undercover-journalist. Dat is een boek dat mijn leven veranderde. Ik weet ook nog dat we bij Meneer Appelen, onze leraar Engels, een project hadden waarin we een vergadering van de VN moesten naspelen. Daar heb ik nog vaak aan gedacht toen ik later ‘in het echt’ als journalist mocht rondlopen in het hoofdkwartier van de VN in New York.

Mijn collegetijd was alleszins een geweldige tijd. Vooral het sociale leven buiten de lesuren natuurlijk. Het schoolbandje waarin ik piano speelde… De reis naar Polen…

Gelukkig worden Kristofs mijmeringen hier onderbroken. Onder de keukendeur wordt een briefje geschoven… Heel geheimzinnig. Blijkt al gauw dat het van het handje van zijn 7-jarig dochtertje is. Ze vraagt heel beleefd (maar toch ook een tikkeltje nadrukkelijk): “papa, mag ik mijn nagels lakken? Omcirkel:J/N”

Subtiele aanpak en schrijfstijl. De appel en de boom…

Kristof gaat even naar boven om zijn oogappeltje duidelijk te maken dat het eigenlijk slaaptijd is. Tevergeefs, zo zou blijken, want het zou niet het laatste briefje zijn…

We sluiten de SJB-tijd af. Alhoewel… Kristof vertelt dat hij na zijn studies (Licentiaat in de Germaanse Filologie – nvdr) een half jaartje voor de klas heeft gestaan. In zijn eigen SJB nog wel. Hij heeft daar goede herinneringen aan, maar de journalistieke lokroep was natuurlijk te sterk.

Journalisten zijn meestal niet zo bekend bij het grote publiek. Een kleine navraag bij mijn leerlingen en bij enkele collega’s bleek een nul-operatie.

Nochtans heb jij – op 39-jarige leeftijd – bijna alles bereikt wat een journalist kan bereiken?

Een combinatie van hard werken, kansen grijpen en uiteraard de nodige portie geluk. Ik ben heel trots op het winnen van de “European Young Journalist Award”, naar aanleiding van mijn reportage over Albanië, toen ik voor MO* werkte. En natuurlijk zou het van misplaatste en geveinsde bescheidenheid getuigen om niet uit te pakken met het winnen van de “Pulitzer Prize for Journalism”… Die prijs deel ik weliswaar met een internationaal team van onderzoeksjournalisten omdat we samen de beruchte “Panama Papers” aan het licht hebben gebracht. Maar de Pulitzer voelt toch aan als het winnen van de Champions League.

Iedere journalist begint als freelancer. Tussen hoop en vrees, vermoed ik. Jij hebt dat ook meegemaakt?

Dat was voor mij natuurlijk niet anders. In 2003 begon ik freelance te werken voor De Morgen. Ik werd er per letter betaald. Maar ik viel al snel op toen ik een rugzakreis per interrail doorheen Oost-Europa maakte. Ik praatte daar met jongeren over hun verwachtingen in verband met de toetreding van hun land tot de Europese Unie. Dat waren leuke, luchtige interviews, die ik in De Morgen kwijt kon. Het zou trouwens interessant zijn om dezelfde mensen vandaag, in het huidige Europese klimaat, eens opnieuw te interviewen…

Daarna ging ik voor MO* werken (“Mondiaal Nieuws”, een Belgisch magazine dat focust op ontwikkelingssamenwerking en ‘anders-globalisatie’ – nvdr). Dat waren fantastische jaren! In die 10 jaar tijd mocht ik reportages maken - ik nam naast de teksten ook de foto’s voor mijn rekening – in maar liefst 40 landen. Meestal waren dat ‘post-conflictgebieden’, waar ik me kon verdiepen in de zogenaamde “frozen conflicts”. Zo stond ik ooit aan de oevers van de Amur-rivier, de meest oostelijke grens tussen China en Rusland. Of ik ontwaakte in Transnistrië, een sinister ‘staatje’ dat je op geen enkele officiële kaart vindt.

(Waarom denk ik plots zo nadrukkelijk aan de Avonturen van Kuifje? Was dat ook geen reizendejournalist?)

Nu ben je dus onderzoeksjournalist bij KNACK. Je bent gespecialiseerd in veiligheid (of moet ik eerder “onveiligheid” zeggen?), spionage en internationale fraude.“Spionage”…?Echt, Kristof? Is dat niet eerder iets uit een jongensboek? Of uit Kuifje?

Dat zou je denken. Maar geloof me, die dingen gebeurden en gebeuren in het echt. Tijdens de Koude Oorlog vanzelfsprekend, maar ook vandaag nog. In Brussel bijvoorbeeld. Of eerder: vooral in Brussel! Dat is eigenlijk vrij logisch, want we hebben hier de NAVO en de Europese Instellingen…

Je hebt er twee boeken over geschreven. “Vrij spel: buitenlandse diensten in België” (in 2006) en “Spionage. Doelwit: Brussel” (in 2013). Ik neem aan dat je dat jaren van onderzoek in alle mogelijke archieven heeft gekost?

Jaren van echt speurwerk inderdaad. Ik heb bijvoorbeeld enkele eeuwigheden doorgebracht in de kelderarchieven van de Stasi in Berlijn (de beruchte geheime politie van de toenmalige DDR – nvdr). Ik heb honderden mensen geïnterviewd. Je bouwt gaandeweg ook een netwerk van bronnen uit. Eigenlijk zijn journalisten ook wel spionnen. Ze gebruiken dezelfde “social skills” om aan vertrouwelijke informatie te geraken.

De laatste jaren verdiep je je vooral in georganiseerde fraude bij ‘de groten der aarde’. “Swissleaks” en vooral “The Panama Papers” zijn jouw paradepaardjes. Velen worden waarschijnlijk nerveus wanneer jij je voor hun zaken gaat interesseren?

Je bijt je vast in een zaak uit verontwaardiging. Omdat je de ‘onzichtbare’ schandalige praktijken zichtbaar wil maken en de ‘onaantastbare’ daders wil ontmaskeren. En intussen weet ik dat je als journalist soms het verschil kan maken. Na de Panama Papers zijn twee staatsleiders moeten aftreden en heel wat corrupte topambtenaren werden ontslagen.

Soms kunnen wij journalisten echt die ‘vierde macht’ zijn. “The watchdog of democracy”…Mooi toch?

Je hebt nu al zo ongeveer alles bereikt in je vakgebied. Hoe moeilijk is het om ‘gewoon’ verder te gaan wanneer de lat zo hoog ligt?

Het is juist dat de reputatie van een journalist belangrijk is. Dat opent deuren en bezorgt je een stevig ‘adresboekje’. Maar tegelijk brengt die reputatie een zekere druk met zich mee. Je kan je geen enkel foutje permitteren. Zeker in deze tijden waarin elk gegeven- fact or fake? – door de sociale media gedoublecheckt kan worden.

Maar ik geloof dat ik in de toekomst nog onderzoekswerk op niveau kan leveren. Zeker nu ik ben mogen toetreden tot het ICIJ. Dat staat voor “International Consortium of Investigative Journalism”. Een ‘exclusief clubje’ van onderzoeksjournalisten. In België genieten maar drie journalisten het voorrecht om lid te zijn van het ICIJ. Dat lidmaatschap levert je natuurlijk een ‘super-adresboekje’ op…

Maar de trigger blijft voor een journalist de verontwaardiging. Daar veranderen prijzen of reputaties niets aan. Je moet alleen nóg harder werken! En dat is als familieman niet altijd even evident…

Ik vraag Kristof tenslotte of hij heel kort– het is intussen al laat geworden; het huis is vredig en stil; geen papieren vraagjes meer onder de keukendeur - wil reageren op vijf ‘sleutelwoorden’ die ik hem wil voorschotelen.Dat wil hij.

“vrijemeningsuiting”?

Cruciaal! De hoeksteen van alles. Moeten we koesteren en beschermen.

“deontologie”?

In elk beroep belangrijk. Zeker in de journalistiek. Je zoekt dagelijks naar de juiste evenwichten.

“radicalisering”?

Een grote zorg! Zeer complex ook. Heeft veel met ‘uitsluiting’ te maken.

“fake news”?

Ook een probleem tegenwoordig. ‘Mediawijsheid’ kan en moet je jongeren bijbrengen. Kritisch zijn en alles in vraag durven stellen.

“James Bond”?

Echter dan je denkt! Maar dan wel met minder gadgets en minder mooie vrouwen! De film “Das Leben der Anderen” komt meer in de buurt van de realiteit.

Wanneer ik die avond laat over de nauwelijks verlichte veldwegen (een ‘dwaalspoor’?) terug naar huis rijd, ben ik nog danig in de ban van dit exclusieve interview (en gecharmeerd door de grappige papiertjes onder de keukendeur).En ik ben blij dat Olga en Meneer Aerden – in die volgorde – destijds ‘onze’ Kristof het juiste duwtje hebben gegeven.

En mijn leerlingen zullen helaas nog wat langer op hun toetsen en portfolio’s moeten wachten, want ik ben bij Kristof vertrokken meteen exemplaar van “Spionage” onder mijn arm… assets/uploads/kristof-cover-spionage.jpg

    Over Sint-Jan Berchmanscollege Genk

    Het Sint-Jan Berchmanscollege staat synoniem voor kwaliteitsvol onderwijs en biedt een goed onderbouwde studiebegeleiding voor iedereen en studiebegeleiding op maat voor hoogbegaafde leerlingen en leerlingen met studieproblemen of leerstoornissen.

    De uitstekende slaagcijfers van onze oud-leerlingen in het hoger onderwijs en het feit dat velen van hen een verantwoordelijke functie opnemen in onze maatschappij zijn het beste bewijs dat het pedagogisch project dat we op onze school trachten te realiseren zijn vruchten afwerpt.

    Contact

    Sint-Jan Berchmanscollege
    Collegelaan 1
    3600 Genk
    tel 089 57 40 00
    fax 089 57 40 01
    info@sjbgenk.be

    Website by Brainlane